Nieuwe huisvesting voor De Laak en Pelargos

De Laak door de jaren heen: huiswerk, rijsttafels en feesten

Pratend met Laaklid Francisca Ritsma-van Deursen komt bijna de halve geschiedenis van De Laak voorbij. Ga maar na: de roeivereniging bestaat in 2021 110 jaar. Daarvan is zij er 53 jaar lid, sinds 1 januari 1968. Ze was toen 16 jaar jong – ja, het zou onbeleefd zijn haar leeftijd hier te vermelden, maar een simpel rekensommetje zegt genoeg. Uit Francisca’s verhalen wordt duidelijk hoezeer een vereniging in de loop der jaren kan veranderen. Beter gezegd: hoezeer de functie van een vereniging in het leven van haar leden kan veranderen.

Zo kwam de jonge Francisca hier als tiener om, behalve te roeien, ook huiswerk te maken, te eten en tot diep in de nacht te feesten. “Mijn zusje was al lid: vanwege rugklachten ging ze op doktersadvies roeien. Via haar werd ik ook gegrepen. En zéker ook door de gezelligheid”, lacht ze.

Pipowagen

Francisca tijdens de Laak Oud-ledendag in 2011

Als nieuw lid hinderde de staat van het gebouw haar blijkbaar totaal niet: er was op dat moment zelfs niets. Ze werd namelijk precies lid tijdens de bouw van het huidige pand (1967-68). “Verkleden deed je in een pipowagen. Koffie werd vanuit een andere pipowagen geschonken. En dat was het.”

Hoewel Francisca zelf nog zo fief als een hoentje is, maakt dit wel duidelijk hoe verouderd het gebouw is. Geen wonder dat De Laak al zo’n 10 jaar bezig is met nieuwbouwplannen, wat in 2022 dan eindelijk zal uitmonden in Roeicentrum Binckhorst, samen met de studentroeiers van Pelargos.

In 1911 werd het eerste gebouw van De Laak, gelegen in de Laakhaven, gerealiseerd door aandelen uit te geven. In het huidige pand hangt naast de bar nog zo’n aandeel. Na 110 jaar zal dit aandeel meeverhuizen naar het vierde onderkomen van de vereniging: Roeicentrum Binckhorst. Een stukje historie om te blijven meedragen.

Olympisch leverancier

Francisca is een van de drijvende krachten in de jeugdinstructie. “Mensen leren roeien is geweldig leuk. Eerst kunnen ze niks. En dan, jaren later…” Ze noemt Benthe Boonstra, begonnen bij De Laak Jeugd en nu roeiend op Olympisch niveau. “Opgeleid door Hendrik Jan Brookhuis, Steven Steiginga en mij”, wijst ze naar een van de vaste instructeurs -Steven- die erbij is komen zitten. In eerdere jaren leverde De Laak onder meer ook Lily Wabeke (1980), Maarten van der Linde (zilver in Barcelona)  en Amos Keijzer (2021) aan de Olympische equipe.

Prestaties en plezier

Toch ligt de focus bij De Laak Jeugd niet eens op de prestaties: voorop staat het plezier in roeien en een goede omgang met elkaar. De groep bestaat uit ongeveer 80 kinderen tussen de 10 en 18 jaar. “Allemaal verschillend. Ze hoeven geen vrienden te worden met elkaar, als ze maar samen acht minuten lang een wedstrijd kunnen roeien.” Dat lukt blijkbaar.

Francisca in actie tijdens de jeugdinstructie tijdens corona (foto Leo de Keijzer)

Francisca, met enige trots: “We hebben hier een instructieprogramma dat werkt. De ex-Laakjeugd kom je op alle niveaus in Nederland tegen, en ze hebben nog steeds veel plezier in het roeien.”

Damesploeg

Zelf roeit ze elke donderdagmiddag met een hechte groep vrouwen. “Van mijn damesploeg is er één die al langer roeit dan ik leef!”, lacht ze. “Sommigen hebben in de jaren ’50-’60 op het hoogste niveau geroeid en meegedaan aan het Europees Kampioenschap. Aan het WK deden toen nog geen vrouwen mee.” De oudste dames in Francisca’s ploeg werden geboren in 1934 en zijn inmiddels 86 jaar.
Omdat in- en uitstappen moeilijk gaat, kan roeien op het water niet meer. “Maar ergometeren gaat nog steeds prima!”

Toegankelijk

Ze karakteriseert De Laak als toegankelijk. “Het is niet sjiek de friemel.” Voor de Tweede Wereldoorlog was het dat wel, weet Francisca, die haast een wandelende wikipedia is. “Hadden ze De Onderlinghe geroeid (een wedstrijd op eigen water tegen mede-Laakleden), werd er na afloop gedineerd in de duurste restaurants van Den Haag. ‘Tout la Haye’ die niet hockeyde, zat op roeien.”
Toen ze zelf eind jaren ’60 lid werd, was er trouwens nog een ballotagecommissie. “Die stelde vragen over je ouders.” Nee, dan is de vereniging tegenwoordig een stuk toegankelijker. En duur is de sport ook niet, vergeleken met een gemiddeld sportschoolabonnement. Voor Ooievaarspashouders heeft De Laak een financiële regeling.

Feesten en rijsttafels

Lange tijd stond De Laak in den lande bekend om de goede feesten. “Zeg maar berucht!”, lacht ze. “Het hele gebouw werd gebruikt: in de bar speelde een band, en in de kleedruimtes was dan een tweede, rustiger bar zonder muziek. Híer moest je zijn.” Die reputatie heeft De Laak door de jaren heen niet kunnen behouden. Ook de kok die in de weekenden vanaf vrijdagavond kookte op de vereniging, is niet meer. “Voor het eten had je de strandtraining – die bestaat wél nog steeds – en na het eten soosavond tot diep in de nacht.” Op zaterdag werd er voor de vele roeigezinnen gekookt en bij de rijsttafels waren er vaak 100 eters aan tafel.

Zouden er (sport)verenigingen zijn waar dit soort reuring het wél heeft overleefd? Het lijkt simpelweg niet goed meer te passen bij de huidige, meer individualistische tijden. Maar vraag het de Laakleden van tegenwoordig, en ze beleven nog even veel plezier aan de sport en de vereniging.